Algemene voorwaarden

ARTIKEL 1 DEFINITIES

Onder de navolgende woorden wordt in de Algemene Voorwaarden (AV), en in de aanbiedingen en overeenkomsten waarop de AV van toepassing zijn, telkens het volgende verstaan:

1.1         Horecabedrijf
De natuurlijke of rechtspersoon of vennootschap die zijn bedrijf maakt van het verlenen van horecadiensten.

1.2        Verlenen van horecadienst(en)
Het door een horecabedrijf verstrekken van logies en/of eten en/of drank en/of het ter beschikking stellen van (zaal)ruimte en/of terreinen, alles met alle daarbij behorende werkzaamheden en diensten, en alles in de ruimste zin van het woord.

1.3        Klant
De natuurlijke of rechtspersoon of vennootschap die met een horecabedrijf een horecaovereenkomst heeft gesloten.

1.4        Gast
De natuurlijke perso(o)n(en) aan wie op grond van een met de klant gesloten horecaovereenkomst één of meer horecadienst(en) moet(en) worden verleend. Waar in de AV van gast of klant wordt gesproken, wordt zowel gast als klant bedoeld, tenzij uit de inhoud van de bepaling en haar strekking noodzakelijkerwijze voortvloeit dat slechts één van beide bedoeld kan zijn.

1.5        Horecaovereenkomst
Een overeenkomst tussen een horecabedrijf en een klant ter zake een of meer door het horecabedrijf te verlenen horecadiensten tegen een door de klant te betalen prijs. In plaats van de term horecaovereenkomst wordt soms de term reservering gebruikt.

1.6        Reserveringswaarde
De waarde van de horecaovereenkomst, die gelijk is aan de totale omzetverwachting van het horecabedrijf inclusief eventueel toeristenbelasting en btw ter zake een met een klant gesloten horecaovereenkomst, welke verwachting is gebaseerd op de binnen dat horecabedrijf geldende gemiddelden.

1.7        Koninklijke Horeca Nederland
Het Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca- en Aanverwante Bedrijf “Horeca Nederland” c.q. de eventuele rechtsopvolger daarvan.

1.8        No-show
Het zonder annulering niet gebruik maken door een gast van een op grond van een horecaovereenkomst te verstrekken horecadienst.

1.9        Kurken- en keukengeld
Het bedrag verschuldigd voor het in de ruimten van een horecabedrijf nuttigen van niet door dat horecabedrijf verstrekte drank en/of eten.

1.10       Annulering
De in schriftelijke vorm door de klant aan het horecabedrijf gedane mededeling dat van één of meer overeengekomen horecadiensten geheel of gedeeltelijk geen gebruik zal worden gemaakt, dan wel de in schriftelijke vorm door het horecabedrijf aan de klant gedane mededeling dat één of meer overeengekomen horecadiensten geheel of gedeeltelijk niet verstrekt zullen worden.

1.11       Omzetgarantie
Een schriftelijke verklaring van de klant dat ter zake één of meer horecaovereenkomsten door het horecabedrijf minimaal een bepaald bedrag aan omzet door het horecabedrijf zal worden gerealiseerd.

1.12       Offerte
De door het horecabedrijf op te stellen kostenbegroting op basis van de wensen van de klant. Aan de offerte kunnen nooit rechten ontleend worden.

ARTIKEL 2 TOEPASSELIJKHEID

2.1        De AV zijn met uitsluiting van alle andere algemene voorwaarden van toepassing op de totstandkoming en de inhoud van alle horecaovereenkomsten en ook op alle aanbiedingen ter zake de totstandkoming van deze horecaovereenkomsten. Als daarnaast toch andere algemene voorwaarden van toepassing zijn, prevaleren in geval van tegenstrijdigheid de AV.

2.2        Afwijken van de AV is slechts schriftelijk mogelijk en van geval tot geval.

2.3        De AV strekken ook ten behoeve van alle natuurlijke- en rechtspersonen waarvan het horecabedrijf gebruik maakt of heeft gemaakt bij het sluiten en/of uitvoeren van een horecaovereenkomst of een andere overeenkomst of bij het exploiteren van het horecabedrijf.

 

ARTIKEL 3 TOTSTANDKOMING VAN HORECAOVEREENKOMSTEN

3.1        Een horecabedrijf kan te allen tijde om welke reden dan ook het sluiten van een horecaovereenkomst weigeren, tenzij een zodanige weigering plaatsvindt uitsluitend op één of meer gronden die in artikel 429 quater van het Wetboek van Strafrecht als discriminatie zijn aangemerkt.

3.2        Alle door een horecabedrijf gedane aanbiedingen ter zake de totstandkoming van een horecaovereenkomst zijn vrijblijvend en onder het voorbehoud “zolang de voorraad (c.q. capaciteit) strekt”, totdat de klant de aanbieding heeft aanvaardt.

3.3        Een horecaovereenkomst voor (een) gast(en) aangegaan door tussenpersonen (cargadoors, reisbureaus, Online Travel Agents en andere horecabedrijven e.d.), al dan niet in naam van hun relatie(s), worden geacht mede voor rekening en risico van deze tussenpersonen te zijn gesloten. Het horecabedrijf is aan tussenpersonen geen commissie of provisie, hoe ook genaamd, verschuldigd, tenzij schriftelijk uitdrukkelijk anders overeengekomen. De gast(en) en de tussenperso(o)n(en) zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het verschuldigde.

 

ARTIKEL 4 OPTIERECHT

4.1        Een optierecht is het recht van een klant om eenzijdig de horecaovereenkomst tot stand te doen komen door de enkele aanvaarding van een geldig aanbod van het horecabedrijf.

4.2        Een optierecht kan alleen schriftelijk worden verleend. Een optierecht kan voor een bepaalde of voor een onbepaalde duur worden overeengekomen. Het optierecht vervalt indien de optiehouder te kennen heeft gegeven geen gebruik te willen maken van het optierecht of indien de bepaalde duur is verstreken zonder dat de optiehouder te kennen heeft gegeven van het optierecht gebruik te willen maken.

4.3        Een optierecht kan door het horecabedrijf niet worden herroepen, tenzij een andere potentiële klant het horecabedrijf een aanbod doet tot het sluiten van een horecaovereenkomst ter zake het totaal of een gedeelte van de in optie uitstaande horecadiensten. De optiehouder dient in zo’n geval door het horecabedrijf van dit aanbod op de hoogte te worden gebracht, waarna de optiehouder binnen een door het horecabedrijf te stellen termijn te kennen dient te geven al dan niet van het optierecht gebruik te willen maken. Indien de optiehouder niet binnen de gestelde termijn te kennen geeft gebruik te willen maken van het optierecht, vervalt het optierecht.

 

ARTIKEL 5 ALGEMENE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN HET HORECABEDRIJF

5.1        Het horecabedrijf is, onverminderd het bepaalde in de hiernavolgende artikelen, op grond van de horecaovereenkomst verplicht op de overeengekomen tijdstippen de overeengekomen horecadiensten te verlenen op de in dat horecabedrijf gebruikelijke wijze.

5.2        Het horecabedrijf is gerechtigd op ieder moment zonder opzegtermijn het verstrekken van horecadiensten aan een gast te beëindigen wanneer de gast de huis- en/of gedragsregels overtreedt, of zich anderszins zodanig gedraagt dat de orde en de rust in het horecabedrijf en/of de normale exploitatie daarvan wordt verstoord. De gast dient alsdan op eerste verzoek het horecabedrijf te verlaten. Indien de klant op een andere wijze niet volledig voldoet aan al zijn verplichtingen die hij uit welken hoofde ook richting het horecabedrijf heeft dan is het horecabedrijf gerechtigd de dienstverlening op te schorten. Het horecabedrijf mag onderhavige bevoegdheden slechts uitoefenen indien de aard en de ernst van de door de gast begane overtredingen daartoe naar het redelijk oordeel van het horecabedrijf voldoende aanleiding geven.

5.3        Het horecabedrijf is na overleg met het ter plaatse bevoegd gezag gerechtigd de horecaovereenkomst wegens gegronde vrees voor verstoring van de openbare orde buitengerechtelijk te ontbinden. Maakt het horecabedrijf van deze bevoegdheid gebruik, dan zal het horecabedrijf tot geen enkele schadevergoeding richting de klant gehouden zijn.

5.4        De kerk en/of bijruimten zijn in principe uitsluitend te huur van maandag tot en met zaterdag. Op zon- en christelijke feestdagen zijn de ruimten alleen bestemd voor kerkdiensten en andere kerkelijke en religieuze activiteiten.

5.5        Aan de verhuur zijn de volgende beperkende voorwaarden gesteld:

  • er mag geen politieke propaganda plaatsvinden;
  • versterkte livemuziek en versterkte live acts zijn niet toegestaan, akoestische muziek is in beperkte mate toegestaan;
  • er mogen geen activiteiten worden gehouden die in strijd zijn met binnen het christelijk geloof algemeen erkende normen en inzichten.

5.6        Het horecabedrijf is niet verplicht enig goed van de gast in ontvangst en/of in bewaring te nemen. Het voorgaande houdt in dat het horecabedrijf niet verantwoordelijk en/of aansprakelijk is voor schade, verlies of diefstal van enig goed van de gast, welke het horecabedrijf geweigerd heeft om in ontvangst en/of bewaring te nemen.

5.7        Indien het horecabedrijf voor het in ontvangst en/of in bewaring nemen van goederen enig bedrag aan de gast in rekening brengt, moet het horecabedrijf op die goederen letten als een goed huisvader, onverminderd het bepaalde in artikel 11.

5.8        Het horecabedrijf is niet verplicht enig huisdier van de gast toe te laten en kan aan de toelating voorwaarden verbinden. Voor de toelating van assistentiehonden gelden de wettelijke regeling(en), inclusief de daarin aangegeven uitzonderingen.

5.9        Geoffreerde prijzen en/of aanbiedingen, al dan niet door klant bevestigd, zijn onder voorbehoud van (prijs)wijzigingen. Het horecabedrijf behoudt zich het recht voor om jaarlijks per 1 januari de prijzen te verhogen.

 

ARTIKEL 6 ALGEMENE VERPLICHTINGEN VAN DE GAST

6.1        De gast is verplicht om zich aan de in het horecabedrijf geldende huis- en gedragsregels te houden en de redelijke aanwijzingen van het horecabedrijf op te volgen. Het horecabedrijf moet de huis- en gedragsregels op een duidelijk waarneembare plaats kenbaar maken of schriftelijk verstrekken. Redelijke aanwijzingen mogen mondeling worden gegeven.

6.2        De gast is verplicht om mee te werken aan redelijke verzoeken van het horecabedrijf in het kader van diens wettelijke plichten over onder andere veiligheid, identificatie, voedselveiligheid/hygiëne en beperking van overlast.

6.3        De gast is verantwoordelijk voor het deurbeleid.

6.4       De gast dient zich te houden aan de toegestane geluidsgrenzen, deze zijn als volgt;

  • overdag (07.00 – 18.00) maximaal 70 dB
  • ‘s avonds (18.00 – 23.00) maximaal 65 dB
  • na 23.00 uur is het niet toegestaan om geluid te versterken, (muziek ten gehore te brengen dan wel de microfoon te gebruiken). Wanneer er muziek ten gehore wordt gebracht, ook al is dit binnen de geluidsgrenzen, dan dienen deuren gesloten te worden om daardoor overlast voor andere bezoekers te beperken.

6.5        Het is niet toegestaan om (tenzij anders schriftelijk overeengekomen) op locatie, dan wel in de directe omgeving van de locatie, met rijst, confetti, etc. te strooien of om vuurwerk af te steken. Gast ziet toe op strikte naleving hiervan. Schoonmaakkosten zullen in alle gevallen in rekening worden gebracht aan gast. De hoogte van deze kosten worden in alle redelijkheid door het horecabedrijf vastgesteld.

6.6       Het is de gast niet toegestaan om consumpties te verkopen of gratis te verstrekken, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.

6.7        De gehuurde ruimten dienen, met inbegrip van inventaris, achter gelaten te worden in de staat waarin zij werden gehuurd. Door de huurder veroorzaakte vervuiling en/of beschadiging komt voor rekening van de huurder. Als vervuiling naar het oordeel van de koster/ beheerder onvoldoende is gebeurd en een extra schoonmaakbeurt nodig is, komen de kosten hiervan voor rekening van de huurder.

6.8       Onderverhuring is niet toegestaan.

6.9       Technische apparatuur (eigendom van de verhuurder en anders dan beamer, laptop, microfoon) mag alleen door personeel van Zaalverhuur7 (of met toestemming door een aangewezen derde) worden bediend.

6.10      Verhuurder beschikt niet over een parkeerontheffing. Toestemming om te mogen parkeren bij de gebouwen, anders dan de regulier aanwezige parkeerfaciliteiten, dient door de huurder zelf aangevraagd te worden. Wel zijn er parkeerkaarten beschikbaar (tegen betaling) voor nabijgelegen parkeergarages.

6.11       Het is de huurder niet toegestaan enige verandering of toevoeging aan de gehuurde ruimte(n) of de inrichting daarvan aan te brengen, zonder schriftelijke toestemming.

6.12      Het is de huurder niet toegestaan het gehuurde anders te gebruiken dan waarvoor het is verhuurd. De huurovereenkomst vermeld waarvoor de ruimten worden gehuurd.

6.13      Het aanbrengen van reclame aan, op, rondom en in het gebouw dient in overleg en met goedkeuring van de verhuurder te geschieden. Er mogen zonder schriftelijke toestemming vóóraf geen bevestigingsmaterialen worden aangebracht in of aan het gebouw.

6.14      De inrichting van het gehuurde geschiedt uitsluitend in overeenstemming met de voorschriften van de Utrechts Brandweer.

6.15      Huurder is niet bevoegd andere ruimten te betreden dan het gehuurde, met uitzondering van voor iedereen toegankelijke ruimten.

6.16      Huurder is verplicht – tenzij anders overeengekomen – na afloop van het gebruik door hem aangevoerde goederen uit het gebouw te verwijderen. Verhuurder is niet aansprakelijk voor diefstal, verlies of beschadiging van deze goederen.

6.17      Huurder is verplicht uiterlijk 4 weken vóór de huurdatum een programma en een opgave van de aard van alle in de gehuurde ruimte te ontwikkelen activiteiten ter beoordeling aan de verhuurder te zenden. Dit programma moet met verhuurder worden doorgesproken en schriftelijk worden goedgekeurd.

6.18      Het is huurder verboden om radio- en/ of televisieopnamen te maken, tenzij uiterlijk 4 weken voor de huurdatum schriftelijk toestemming is gevraagd door huurder aan verhuurder. Dit verzoek moet met verhuurder worden doorgesproken en schriftelijk worden goedgekeurd. Dit geldt tevens voor opnamen gemaakt door derden/ externe partijen, de organisatie van de bijeenkomst is hiervoor aansprakelijk.

6.19      Verhuurder is niet aansprakelijk voor van buitenaf komende geluidshinder (zoals bijvoorbeeld demonstraties, verkeerslawaai e.d.).

 

ARTIKEL 7 RESERVEREN

7.1        Indien de gast niet binnen een half uur na het gereserveerde tijdstip is gearriveerd kan het horecabedrijf de reservering als geannuleerd beschouwen, onverminderd het bepaalde in artikel 8.

7.2        Het horecabedrijf kan voorwaarden verbinden aan de reservering.

 

ARTIKEL 8 ANNULERINGEN

8.1        Annulering door klanten, algemeen

8.1.1      De klant is bevoegd een horecaovereenkomst te annuleren tegen betaling van de annuleringskosten. Als een klant niet binnen een half uur na het afgesproken tijdstip arriveert dan wordt de klant geacht geannuleerd te hebben en dan is hij de annuleringskosten verschuldigd. Indien klant alsnog na een half uur (of later) na het afgesproken tijdstip arriveert, kan het horecabedrijf zich op deze verschuldigde annuleringskosten beroepen dan wel alsnog uitvoering geven aan de horecaovereenkomst en volledige nakoming van klant omtrent de horecaovereenkomst te verlangen.

8.1.2      Het bepaalde in de artikelen 12 en 13.4 is ook op annuleringen van toepassing.

8.1.3      Ingeval van no-show is de klant in alle gevallen verplicht de reserveringswaarde te betalen.

8.1.4     Als niet alle overeengekomen horecadiensten worden geannuleerd zijn op de geannuleerde horecadiensten onderstaande bepalingen pro rata van toepassing.
Bij annulering:

  • Meer dan 7 dagen voor de ingangsdatum 0%
  • Meer dan 3 dagen voor de ingangsdatum 50%
  • 3 dagen of minder voor de ingangsdatum 100%

8.2        Annulering door het horecabedrijf

8.2.1      Het horecabedrijf is met inachtneming van het navolgende bevoegd een horecaovereenkomst te annuleren, tenzij anders is overeengekomen.

8.2.2     Indien het horecabedrijf een horecaovereenkomst annuleert is het artikel 8.1.1 van overeenkomstige toepassing, met omwisseling van klant en horecabedrijf.

8.2.3     Het horecabedrijf is te allen tijde bevoegd een horecaovereenkomst te annuleren zonder tot betaling van de hierboven bedoelde bedragen gehouden te zijn, indien er voldoende aanwijzingen bestaan dat de op grond van die horecaovereenkomst in het horecabedrijf te houden bijeenkomst een zodanig ander karakter heeft dan verwacht mocht worden op grond van aankondiging door de klant of op grond van de hoedanigheid van klant of gasten, dat het horecabedrijf de overeenkomst niet gesloten zou hebben indien het van het werkelijke karakter van de bijeenkomst op de hoogte was geweest. Maakt het horecabedrijf van deze bevoegdheid gebruik nadat de betreffende bijeenkomst begonnen is, dan is de klant gehouden tot betaling van de tot dat tijdstip genoten horecadiensten, doch vervalt zijn betalingsverplichting voor het overige. De vergoeding voor genoten horecadiensten wordt in voorkomend geval naar tijdsevenredigheid berekend.

8.2.4     Het horecabedrijf is gerechtigd om, in plaats van zijn in artikel 8.2.3 bedoelde bevoegdheid uit te oefenen, nadere eisen te stellen ten aanzien van het verloop van de betreffende bijeenkomst. Als er voldoende aanwijzingen bestaan dat deze eisen niet (zullen) worden nageleefd, is het horecabedrijf alsnog gerechtigd zijn in artikel 8.2.3 bedoelde bevoegdheid uit te oefenen.

 

ARTIKEL 9 WAARBORGSOM EN TUSSENTIJDSE BETALING

9.1        Het horecabedrijf kan van de klant verlangen dat deze onder het horecabedrijf een waarborgsom deponeert. Ontvangen waarborgsommen worden deugdelijk geadministreerd, dienen uitsluitend tot zekerheid voor het horecabedrijf en gelden uitdrukkelijk niet als reeds gerealiseerde omzet. Tot meerdere zekerheid van het horecabedrijf kan deze van de klant verlangen zijn medewerking te verlenen aan het verstrekken van de benodigde gegevens, waaronder het maken van een afdruk of kopie van de creditcard van de klant, om de waarborgsom en de mogelijkheid tot het uitwinnen daarvan zo veel als mogelijk zeker te stellen.

9.2        Het horecabedrijf kan steeds tussentijds betaling verlangen van al verleende horecadiensten.

9.3        Het horecabedrijf mag zich verhalen op het door de voorgaande bepalingen gedeponeerde bedrag ter zake al datgene wat de klant uit welken hoofde ook aan hem verschuldigd is. Het overschot dient door het horecabedrijf onverwijld aan de klant te worden terugbetaald.

 

ARTIKEL 10 OMZETGARANTIE

Indien een omzetgarantie is afgegeven is de klant verplicht ter zake de betreffende horecaovereenkomst(en) tenminste het in de omzetgarantie bepaalde bedrag aan het horecabedrijf te betalen.

 

ARTIKEL 11 AANSPRAKELIJKHEID VAN HET HORECABEDRIJF

11.1       Het horecabedrijf is tegenover de gast aansprakelijk voor schade die het gevolg is van een tekortkoming door het horecabedrijf in de nakoming van de overeenkomst, tenzij die tekortkoming niet kan worden toegerekend aan het horecabedrijf dan wel aan personen van wier hulp het horecabedrijf bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt.

11.2       Onverminderd het bepaalde in artikel 5.7 is het horecabedrijf niet aansprakelijk voor beschadiging of verlies van goederen, die in het horecabedrijf zijn meegebracht door een gast die daar zijn intrek heeft genomen. De klant vrijwaart het horecabedrijf tegen aanspraken van gasten ter zake. Het hier bepaalde geldt niet voor zover de beschadiging of het verlies te wijten is aan opzet of grove schuld van het horecabedrijf.

11.3       Voor schade aan of met voertuigen van de gast veroorzaakt, is het horecabedrijf niet aansprakelijk met uitzondering van, indien en voor zover de schade het rechtstreeks gevolg is van opzet of grove schuld van het horecabedrijf.

11.4       Het horecabedrijf is niet aansprakelijk voor schade direct of indirect aan wie of wat ook ontstaan als direct of indirect gevolg van enig gebrek of enige hoedanigheid of omstandigheid aan, in of op enig roerend of onroerend goed waarvan het horecabedrijf houder, (erf)pachter, huurder dan wel eigenaar is of dat anderszins ter beschikking van het horecabedrijf staat, met uitzondering van, indien en voor zover de schade het rechtstreeks gevolg is van opzet of grove schuld van het horecabedrijf.

11.5       Aansprakelijkheid van het horecabedrijf is beperkt tot het bedrag dat redelijkerwijs te verzekeren valt.

11.6       Indien voor de gast aan de in bewaring gegeven goederen, waarvoor een vergoeding als bedoeld in artikel 5.7 in rekening wordt gebracht, schade ontstaat, is het horecabedrijf verplicht de schade aan deze goederen ten gevolge van beschadiging of vermissing te vergoeden. Schadevergoeding is niet verschuldigd terzake in de afgegeven goederen aanwezige andere goederen.

11.7       Indien het horecabedrijf goederen in ontvangst neemt of indien goederen op welke wijze dan ook waar dan ook door wie dan ook worden gedeponeerd, bewaard en/of achtergelaten zonder dat het horecabedrijf daarvoor enige vergoeding bedingt, dan is het horecabedrijf niet aansprakelijk voor schade aan of in verband met die goederen op welke wijze dan ook ontstaan tenzij het horecabedrijf opzettelijk deze schade heeft toegebracht, of de schade het gevolg is van opzet of grove schuld van het horecabedrijf. In alle gevallen geldt dat het horecabedrijf niet gehouden kan worden tot vergoeding van schade van goederen die zich bevinden in goederen die worden gedeponeerd, bewaard of achtergelaten, ongeacht of het horecabedrijf daarvoor enige vergoeding bedingt.

 

ARTIKEL 12 AANSPRAKELIJKHEID VAN DE GAST EN/OF KLANT

De klant en de gast en degenen die hem vergezellen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die voor het horecabedrijf en/of enige derde is en/of zal ontstaan als direct of indirect gevolg van een toerekenbare tekortkoming en/of onrechtmatige daad, waaronder overtreding van de huisregels is begrepen, begaan door de klant en/of de gast en/of degenen die hem vergezellen, alsmede voor alle schade die is veroorzaakt door enig dier en/of enig goed waarvan zij houder zijn of die onder hun toezicht staan.

 

ARTIKEL 13 AFREKENING EN BETALING

13.1       De klant is de in de horecaovereenkomst overeengekomen prijs verschuldigd, onverminderd het bepaalde in artikel 5.7. De prijzen worden vermeld op lijsten die door het horecabedrijf op een voor de gast zichtbare plaats zijn aangebracht of zijn opgenomen in een lijst die aan de klant, desnoods op diens verzoek, wordt overhandigd of die via digitale bronnen toegankelijk is voor de klant. Een lijst wordt geacht voor de klant zichtbaar aangebracht te zijn als deze zichtbaar is in de normaal toegankelijke ruimten van het horecabedrijf.

13.2       Voor bijzondere diensten, zoals het gebruik van garderobe, garage, safe, wasserij of stomerij, telefoon, internet, wifi, roomservice, t.v.-huur e.d. kan door het horecabedrijf een extra vergoeding in rekening worden gebracht.

13.3       Alle rekeningen, daaronder mede begrepen rekeningen ter zake annulering of no-show, zijn door de klant verschuldigd op het moment dat ze aan hem worden gepresenteerd. De klant dient voor betaling per bank zorg te dragen, tenzij anders overeengekomen.

13.4      De gast en de klant zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle bedragen die één van hen of beiden aan het horecabedrijf uit welken hoofde ook verschuldigd zijn. Horecaovereenkomsten worden met uitzondering van andersluidend beding geacht mede namens elke gast gesloten te zijn. Door te verschijnen geeft de gast te kennen dat de klant bevoegd was hem bij het sluiten van de betreffende horecaovereenkomst te vertegenwoordigen.

13.5       Zolang de klant niet geheel aan al zijn verplichtingen richting het horecabedrijf heeft voldaan is het horecabedrijf gerechtigd om alle goederen welke door de klant in het horecabedrijf zijn meegebracht onder zich te nemen en te houden, totdat de klant ten genoegen van het horecabedrijf aan al zijn verplichtingen jegens het horecabedrijf heeft voldaan. Naast een retentierecht komt het horecabedrijf in voorkomend geval een pandrecht toe op de betreffende goederen.

13.6      Indien andere dan contante betaling is overeengekomen dienen alle facturen, voor welk bedrag ook, door de klant binnen veertien dagen na factuurdatum aan het horecabedrijf te worden voldaan.

13.7       Als en voor zover tijdige betaling achterwege blijft, is de klant in gebreke zonder dat enige ingebrekestelling zal zijn vereist. Uitsluitend indien de klant een natuurlijk persoon (consument) is, stuurt het horecabedrijf bij achterwege blijven van betaling, eenmalig een ingebrekestelling met een termijn van tenminste 14 dagen om alsnog te betalen.

13.8      Indien de klant in gebreke is moet hij aan het horecabedrijf alle op de inning vallende kosten vergoeden. De buitengerechtelijke inningskosten worden in rekening gebracht volgens de wet.

13.9      Indien het horecabedrijf goederen als bedoeld in artikel 13.5 onder zich heeft en de klant van wie het horecabedrijf de goederen onder zich heeft gekregen gedurende drie maanden in gebreke is, is het horecabedrijf gerechtigd deze goederen publiekelijk dan wel onderhands te verkopen en zich op de opbrengst daarvan te verhalen. De aan de verkoop verbonden kosten komen eveneens ten laste van de klant en het horecabedrijf kan zich ook daarvoor op de opbrengst van de verkoop verhalen. Hetgeen na het verhaal van het horecabedrijf resteert, wordt aan de klant uitgekeerd.

13.10     Iedere betaling zal, ongeacht enige door de klant bij die betaling geplaatste aantekening dan wel gemaakte opmerking, worden geacht te strekken in mindering op de schuld van de klant aan het horecabedrijf in de navolgende volgorde:

  • De kosten van executie
  • De gerechtelijke en buitengerechtelijke inningskosten
  • De rente
  • De schade
  • De hoofdsom

13.11      Betaling geschiedt in Euro’s. Indien het horecabedrijf buitenlandse betaalmiddelen accepteert dan geldt de op het moment van betaling geldende marktkoers. Het horecabedrijf kan daarbij bij wijze van administratiekosten een bedrag in rekening brengen dat overeenkomt met maximaal 10% van het bedrag dat in vreemde valuta wordt aangeboden. Het horecabedrijf kan dit bewerkstelligen door de geldende marktkoers met maximaal 10% aan te passen.

13.12     Het horecabedrijf is nimmer gehouden om andere betaalmiddelen dan bankoverschrijving te accepteren en kan aan acceptatie van dergelijke andere betaalmiddelen voorwaarden verbinden.

 

ARTIKEL 14 OVERMACHT

14.1       Als overmacht voor het horecabedrijf, die maakt dat een eventuele daardoor veroorzaakte tekortkoming het horecabedrijf niet kan worden toegerekend, geldt iedere voorziene of onvoorziene, voorzienbare of onvoorzienbare omstandigheid die het uitvoeren van de horecaovereenkomst door het horecabedrijf zodanig bemoeilijkt dat het uitvoeren van de horecaovereenkomst onmogelijk dan wel bezwaarlijk wordt.

14.2      Als een van de partijen bij een horecaovereenkomst niet in staat is om aan enige verplichting uit die horecaovereenkomst te voldoen, is hij verplicht de andere partij hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen.

 

ARTIKEL 15 GEVONDEN VOORWERPEN

15.1       In het gebouw en aanhorigheden van het horecabedrijf verloren of achtergelaten voorwerpen, die door de gast worden gevonden, moeten door deze zo spoedig mogelijk bij het horecabedrijf worden ingeleverd.

15.2       Van voorwerpen, waarvan de rechthebbende zich niet binnen een jaar na de inlevering daarvan bij het horecabedrijf heeft gemeld, verkrijgt het horecabedrijf de eigendom.

15.3       Indien het horecabedrijf door de gast achtergelaten voorwerpen aan deze toezendt geschiedt zulks geheel voor rekening en risico van de gast. Het horecabedrijf is nimmer tot toezending verplicht.

 

ARTIKEL 16 KURKEN- EN KEUKENGELD

16.1       Het horecabedrijf kan de gast verbieden om zelf meegebracht eten en/of drinken in het horecabedrijf, daaronder het terras mede begrepen, te nuttigen. Indien het horecabedrijf het nuttigen van zelf meegebracht eten en/of drinken toestaat, kan het horecabedrijf aan het toestaan daarvan voorwaarden verbinden, waaronder het in rekening brengen van Kurken- en/of keukengeld.

16.2      De in de artikelen 16.1 bedoelde bedragen worden vooraf overeengekomen dan wel, bij gebreke van voorafgaande overeenkomst, in redelijkheid vastgesteld door het horecabedrijf.

 

ARTIKEL 17 TOEPASSELIJK RECHT EN GESCHILLEN

17.1       Op horecaovereenkomsten is bij uitsluiting Nederlands recht van toepassing.

17.2       Ingeval van geschillen tussen het horecabedrijf en een klant (niet zijnde een natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf) is bij uitsluiting bevoegd de bevoegde rechter in de woonplaats van het horecabedrijf, tenzij op grond van dwingende wetsbepaling een andere rechter bevoegd is en onverminderd de bevoegdheid van het horecabedrijf het geschil te laten beslechten door de rechter die bij gebreke van dit beding bevoegd zou zijn.

17.3       Alle vorderingen van de klant verjaren na verloop van een jaar na het moment waarop zij zijn ontstaan.

17.4      De ongeldigheid van één of meer van de bedingen in deze algemene voorwaarden laat de geldigheid van alle andere bedingen onverlet. Blijkt een beding in deze algemene voorwaarden om enigerlei reden ongeldig, dan worden partijen geacht een geldig vervangend beding overeengekomen te zijn dat het ongeldige beding naar strekking en reikwijdte zoveel mogelijk benadert.